Fiscaal

Onduidelijkheid in belastingverdrag voor rekening inspecteur

Sommige belastingverdragen met Nederland als verdragspartner bepalen dat zowel Nederland als het buitenland mag heffen over dividenden en/of interest betaald door een buitenlands lichaam aan een inwoner van Nederland. De buitenlandse heffing is daarbij vaak gemaximeerd en Nederland zal een tax credit moeten geven. De tax credit voor interest is niet altijd even hoog als die voor dividend. Gaat het om een dividend waarbij de ontvanger een Nederlandse vennootschap is die minstens 10% van het stemgerechtigde kapitaal houdt? Dan stelt het belastingverdrag met Brazilië de tax credit op 25%. Zou sprake zijn van interest, dan bedraagt de tax credit slechts 20%. In een zaak voor rechtbank Den Haag had een Nederlandse holding in 2018 en 2019 bijzondere uitkeringen ontvangen van een Braziliaanse dochtervennootschap. Dit type uitkering is zo’n vijf jaar, nadat Nederland het belastingverdrag met Brazilië sloot, ingevoerd. De verdragspartners hebben pas in 2020 bepaald dat de uitkering een vorm van interest is. Maar de rechtbank oordeelt dat de onduidelijkheid die daarvoor bestond, voor rekening komt van de fiscus. Daarom mag de holding de meest gunstige tax credit toepassen, dus die van 25%.

De kwalificatie van een uitkering als dividend is niet in ieder belastingverdrag voordeliger. Het komt bijvoorbeeld ook voor dat het belastingverdrag het heffingsrecht met betrekking tot interest toewijst aan de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde.

Deel dit artikel

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
WhatsApp
E-mail

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fiscaal

Overig Nieuws

Scroll naar boven
Bylan

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Bylan

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief